Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Emancipatiemonitor 2025: Conclusies

Amsterdamse vrouwen ervaren hun gezondheid minder vaak als goed, voelen zich vaker onveilig en zijn minder vaak economische zelfstandig dan Amsterdamse mannen. Dit blijkt uit de Emancipatiemonitor 2025.

Er wonen in de gemeente Amsterdam 472.000 vrouwen. Er zijn iets meer vrouwen dan mannen: 51 procent van de inwoners van de gemeente Amsterdam (inclusief Weesp, hierna: Amsterdammers) is vrouw. Landelijk zijn er ook iets meer vrouwen (afgerond wel 50 procent). Ongeveer honderd Amsterdammers staan niet geregistreerd in de categorie man of vrouw. Zij identificeren zichzelf bijvoorbeeld als non-binair of hun geslacht is onbekend.

In Amsterdam zijn in de leeftijdsgroep van 18 tot 34 jaar meer vrouwen dan mannen. Dit heeft te maken met de studenten van de hogescholen en universiteiten die in de stad wonen. Ook onder inwoners boven de 65 jaar zijn vrouwen in de meerderheid. Dit heeft te maken met dat vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen. In andere leeftijdsgroepen zijn er net iets meer mannen. Verder zijn vrouwen vaker alleenstaand ouder.

Vergelijkbare opleidingsniveaus

Amsterdamse vrouwen hebben vaker een hbo- of wo-opleiding afgerond dan vrouwen gemiddeld in Nederland. Het opleidingsniveau van vrouwen in Amsterdam is vergelijkbaar met het opleidingsniveau van mannen. Tussen jonge vrouwen en mannen zijn er wel verschillen. Zo zijn er meer jonge vrouwen dan mannen die een wo-opleiding hebben voltooid.

Hoewel het hoogst voltooide opleidingsniveau vergelijkbaar is tussen mannen en vrouwen, zien we wel verschillen in de onderwijsloopbanen van meisjes en jongens. Zo krijgen zij andere basisschooladviezen en kiezen zij andere profielen.

Meisjes worden vaker onderschat dan jongens. Leerlingen krijgen in groep 8 eerst een voorlopig schooladvies van de leerkracht voor het niveau in het voortgezet onderwijs. Daarna maken ze de doorstroomtoets waaruit ook een advies volgt. Meisjes krijgen vaker dan jongens een lager basisschooladvies van hun docent dan hun toetsresultaat aangeeft.

Wanneer het toetsadvies hoger is dan het advies van de leerkracht kan het advies worden bijgesteld. Meisjes krijgen structureel vaker een bijgesteld advies dan jongens. Amsterdamse meisjes en jongens krijgen daarom uiteindelijk wel even vaak dezelfde adviezen. Landelijk zijn er wel verschillen in de uiteindelijke adviezen. Zo krijgen jongens structureel vaker een vwo-advies dan meisjes.

Er zijn ook inhoudelijke verschillen. De sector- en profielkeuze in het voortgezet onderwijs ziet er voor meisjes anders uit dan voor jongens. Leerlingen kiezen voor de bovenbouw voor een sector (vmbo) of profiel (havo en vwo) en bepalen zo de inhoudelijke richting van hun opleiding. Jongens kiezen vaker voor een vakkenpakket gericht op techniek of economie. Meiden kiezen juist vaker voor zorg en cultuur. Deze verhoudingen zijn de afgelopen jaren stabiel en zien we ook landelijk terug.

Minder vaak economisch zelfstandig

Vrouwen zijn minder vaak economische zelfstandig dan mannen. Mensen zijn economisch zelfstandig als zij ten minste het bijstandsniveau verdienen (exclusief sociale verzekeringen). Dat vrouwen minder vaak economisch zelfstandig zijn komt doordat zij gemiddeld minder uren werken en ook vaak gemiddeld minder per uur verdienen dan mannen.

Vrouwen in Amsterdam zijn wel iets vaker economisch zelfstandig dan landelijk. Het verschil tussen mannen en vrouwen is ook kleiner dan gemiddeld in Nederland. Daarnaast is het verschil in economische zelfstandigheid de afgelopen negen jaar afgenomen in Amsterdam.

Vrouwen doen wel vaker onbetaald werk dan mannen, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg (28 tegenover 20 procent). Onder Amsterdammers die ook betaald werk verrichten, is dat verschil tussen mannen en vrouwen kleiner.

Vrouwen die samenwonen met een partner besteden per dag gemiddeld meer tijd aan huishoudelijke en zorgtaken dan mannen: 3,7 uur per dag tegenover 3,1 uur. Amsterdammers met kinderen besteden meer tijd aan deze taken dan degenen zonder kinderen. Vrouwen zijn minder tevreden dan mannen over de taakverdeling van werk, huishoudelijke en zorgtaken binnen hun huishouden (64 tegenover 75 procent).

Even actief in de politiek

De politieke participatie is onder vrouwen ongeveer even hoog als onder mannen. In tegenstelling tot landelijk is er in Amsterdam geen verschil in opkomst tussen vrouwen en mannen bij verkiezingen.

Er is ook weinig verschil in het gebruik van het passief stemrecht (het verkozen worden) tussen vrouwen en mannen. Ongeveer de helft van de gemeenteraadsleden en wethouders in Amsterdam is vrouw in deze coalitieperiode (2022-2026). Dit is een stuk hoger dan gemiddeld in Nederland. Gemiddeld in Nederland is 33 procent van de gemeenteraadsleden en 27 procent van de wethouders vrouw.

Vrouwen ervaren wel minder politieke invloed dan mannen. Een kwart vindt dat mensen zoals zijzelf invloed hebben op de gemeentepolitiek. Onder mannen is dat drie op de tien. 12 procent van de vrouwen beoordeelt hun eigen invloed op de stad als voldoende, tegenover 17 procent van de mannen.

Vaker onveilig gevoel

Amsterdamse vrouwen voelen zich in het algemeen vaker onveilig dan mannen (50 tegenover 31 procent in de afgelopen twaalf maanden). Dat geldt ook in hun eigen buurt (23 tegenover 15 procent). Landelijk zien we ook verschillen tussen vrouwen en mannen.

Vrouwen geven ook vaker dan mannen aan dat zij verschillende vormen van vermijdingsgedrag vertonen. Zo loopt of rijdt 48 procent van de vrouwen in de eigen buurt weleens om om onveilige plekken te vermijden, tegenover 32 procent van de mannen. Ook geven zij bijna twee keer zo vaak als mannen aan weleens niet alleen de deur uit te gaan vanwege onveiligheidsgevoelens (39 tegenover 20 procent). Ook landelijk zien we verschillen tussen vrouwen en mannen voor deze vormen van vermijdingsgedrag.

Verschillende vormen van slachtofferschap komen vaker voor onder vrouwen dan onder mannen in Amsterdam. Vrouwen zijn vaker slachtoffer van fysieke seksuele grensoverschrijding en langdurige stalking. Daarnaast ervoer 55 procent van de vrouwen straatintimidatie in de afgelopen twaalf maanden, tegenover 36 procent van de mannen. Zij worden daarbij relatief vaak nagefloten, nageroepen of aangesproken met seksuele opmerkingen. Vrouwen zijn daarentegen minder vaak slachtoffer van bedreiging en worden minder vaak aangevallen of mishandeld dan mannen.

Minder goede gezondheid

Vrouwen worden gemiddeld ouder dan mannen, maar leven langer in slechte gezondheid. Zij voelen zich ook iets minder vaak gezond dan mannen (72 tegenover 75 procent). Dit aandeel is onder Amsterdamse vrouwen ongeveer even hoog als onder vrouwen landelijk.

Amsterdammers hebben vaker last van specifieke gezondheidsklachten zoals angst- en depressiegevoelens en stress dan gemiddeld in Nederland. Bijna een derde van de Amsterdamse vrouwen ervoer (heel) veel stress de afgelopen maand (32 procent). Onder mannen is dat 23 procent. Dergelijke verschillen zien we ook landelijk, maar deze zijn daar wel minder groot (23 tegenover 17 procent).

Daarnaast hadden zes op de tien vrouwen recent angst- of depressiegevoelens, tegenover de helft van de mannen (60 tegenover 52 procent).

Verschillen tussen Amsterdamse vrouwen

Naast verschillen tussen vrouwen en mannen, zien we ook verschillen tussen Amsterdamse vrouwen. Vrouwen met bepaalde achtergrondkenmerken ervaren vaker en meer belemmeringen op verschillende terreinen dan andere vrouwen.

Zo ervaren jonge vrouwen relatief vaak mentale gezondheidsproblemen en onveiligheid. Vrouwen met een basisopleiding ervaren ook meer gezondheidsproblemen en zijn daarnaast minder vaak economische zelfstandig en ervaren minder politieke invloed. Ook vrouwen met een migratieachtergrond ervaren vaker gezondheidsproblemen. Zij hebben bovendien minder vaak betaald werk en gaan minder vaak stemmen. Ten slotte zijn vrouwen met een partner en kinderen minder vaak economisch zelfstandig, doordat zij vaker in deeltijd werken en een lager inkomen hebben.