Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Mentaal welbevinden van Amsterdammers in coronatijd

  • Publicatie
  • 21 juli 2021

In maart 2020 brak de wereldwijde coronapandemie uit. Een jaar, twee lockdowns en drie ‘golven’ verder zien we een breed scala aan gevolgen van de coronacrisis, niet alleen op economisch gebied, maar ook op sociaal en emotioneel gebied. Zo zien we een daling van geluk en vertrouwen in de toekomst. Ook zien we een toename in gevoelens van somberheid en een afname van kalmte. Wel zijn er verschillen tussen groepen. Vooral de al kwetsbare Amsterdammers worden geraakt.

De Gemeente Amsterdam heeft toenemende aandacht voor het mentale welbevinden van Amsterdammers tijdens het herstel van de coronacrisis én in de periode daarna. Mentaal welbevinden is hierbij gedefinieerd als: ‘een staat van welzijn waarin een individu zijn of haar eigen potentieel kan realiseren, kan omgaan met de normale stress van het leven, productief kan werken en een bijdrage kan leveren aan de gemeenschap’.

Het mentale welbevinden van Amsterdammers is in kaart gebracht op basis van enquêtedata van De Staat van de Stad Amsterdam (dataverzameling tussen september en december 2020) en de Gezondheidsmonitor van de GGD.

Risico op angststoornis en depressie hoger in Amsterdam dan in minder stedelijk gebied

Het mentaal welbevinden van mensen kan aan verschillende indicatoren worden afgemeten. Eén daarvan is het risico op een angststoornis of depressie. Als we kijken naar gegevens van de Gezondheidsmonitor, dan zien we dat het risico op een angststoornis of depressie in Amsterdam hoger ligt dan in minder stedelijk gebied (variërend van een risico van 4,1% in niet-stedelijk gebied tot 7,1% in sterk stedelijk gebied). Het risico in Amsterdam is vergelijkbaar met het risico in Rotterdam en Den Haag.

Aandeel gelukkige Amsterdammers de laatste jaren gedaald

Vanaf 2016 daalt het aandeel Amsterdammers dat zich (erg) gelukkig voelt. Hoewel de daling voor geluk geldt voor alle groepen, zien we een aantal verschillen. Over het algemeen voelen 25-34 jarigen zich het meest gelukkig, gevolgd door 18-24 jarigen. 35-54 jarigen voelen zich in het algemeen iets minder gelukkig en 55-plussers het minst. De daling tussen 2018 en 2020 is het sterkst voor de leeftijdsgroep 35-54 jaar (-9%-punt).

Gemiddeld zijn hoogopgeleiden het meest gelukkig, gevolgd door middelbaar opgeleiden. Laag opgeleiden voelen zich het minst gelukkig. Tussen 2018 en 2020 daalt het aandeel dat zich (erg) gelukkig voelt het sterkst voor laagopgeleiden van 67% naar 53%, waardoor verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden verder zijn toegenomen: van een verschil van 16%-punt in 2018, naar 28%-punt in 2020.

Verder valt op dat het aandeel dat (erg) gelukkig is lager ligt onder kwetsbare Amsterdammers, dan onder minder/niet-kwetsbare Amsterdammers. Bovendien daalde dit aandeel tussen 2018 en 2020 vooral binnen deze kwetsbaardere groep: -17%-punt, tegenover -2%-punt onder minder/niet-kwetsbare Amsterdammers.

Ook zien we verschillen in geluk naar huishoudenssamenstelling: het aandeel dat (erg) gelukkig is ligt het laagst onder Amsterdammers in een eenpersoonshuishouden, gevolgd door éénoudergezinnen en het hoogst onder stellen (met of zonder kinderen). Wel nam het aandeel tussen 2018 en 2020 af binnen eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen en paren met kinderen, terwijl het stabiel bleef voor paren zonder kinderen.

Ook aandeel Amsterdammers met vertrouwen in de toekomst daalt

Gemiddeld daalde het vertrouwen in de toekomst tussen 2018 en 2020. Onder de meest kwetsbare Amsterdammers ligt het aandeel met (veel) vertrouwen in de toekomst lager dan onder andere Amsterdammers. Dit aandeel is bovendien tussen 2018 en 2020 sterker gedaald in de meest kwetsbare groep (-10%-punt, tegenover -2%-punt voor de minder/niet-kwetsbare groep). Ook onder 18-34 jarigen en 35-54 jarigen nam het aandeel met (veel) vertrouwen in de toekomst tussen 2018 en 2020 af. 55-plussers hebben in 2020 juist relatief vaker (veel) vertrouwen in de toekomst dan in 2018. Hierdoor is het verschil tussen de leeftijdsgroepen licht afgenomen. Hoewel binnen alle opleidingsgroepen het aandeel met (veel) vertrouwen in de toekomst afnam tussen 2018 en 2020, geldt dit het sterkst voor laagopgeleiden. Als we kijken naar huishoudenssamenstelling, dan is het vertrouwen in de toekomst met name afgenomen onder eenpersoonshuishoudens.

Meer Amsterdammers voelen zich wel eens neerslachtig en somber

Ook het aandeel Amsterdammers dat zich zelden of nooit neerslachtig en somber voelt daalde tussen 2018 en 2020. Hoewel ook onder niet-kwetsbare Amsterdammers het aandeel dat zich zelden of nooit neerslachtig of somber voelt daalde tussen 2018 en 2020, is dit in sterkere mate het geval onder kwetsbare Amsterdammers. Daarnaast daalde dit aandeel sterker onder 18-34 jarigen en 35-54 jarigen (beide -7%-punt). Onder 55-plussers steeg het juist licht (+3%-punt). Hoewel het aandeel dat zich zelden of nooit neerslachtig en somber voelt in 2020 nog steeds het hoogst is onder hoogopgeleiden, daalde binnen deze groep het aandeel tussen 2018 en 2020 het sterkst. Hierdoor zijn de verschillen tussen de opleidingsniveaus kleiner geworden. Als we kijken naar huishoudenssamenstelling, dan zien we vooral dat stellen (met of zonder kinderen) in 2020 vaker te maken hebben met somberheid, in vergelijking met 2018. Hierdoor werd het verschil met eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens kleiner.

Minder Amsterdammers voelen zich kalm en rustig

Het aandeel dat zich kalm en rustig voelt is eveneens gedaald tussen 2018 en 2020. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen. Onder de meest kwetsbare Amsterdammers voelt een kleiner aandeel zich voortdurend of meestal kalm en rustig dan onder minder/niet-kwetsbare Amsterdammers. Terwijl tussen 2018 en 2020 het aandeel dat zich voortdurend of meestal kalm en rustig voelt onder laag- en hoogopgeleiden afneemt, lijkt het aandeel onder middelbaar opgeleiden juist iets toe te nemen. Hierdoor nemen de verschillen tussen de groepen af. Naar huishoudenssamenstelling zien we dat alle groepen minder vaak kalm en rustig zijn ten opzichte van 2018; dit geldt in sterkere mate voor alleenstaande ouders dan voor andere huishoudenstypen.

In Noord, Zuidoost en Nieuw-West minder mensen (erg) gelukkig

In stadsdeel Zuidoost, Noord en Nieuw-West ligt het aandeel dat (erg) gelukkig is in 2020 lager dan gemiddeld in Amsterdam (71%). In de stadsdelen daalde het aandeel tussen 2018 en 2020 sterker dan in de andere stadsdelen. In Noord en Nieuw-West ligt ook het aandeel dat (veel) vertrouwen in de toekomst heeft lager dan gemiddeld (73%). In stadsdeel Noord was dit in 2018 ook al het geval. In Nieuw-West daalde het aandeel met (veel) vertrouwen tussen 2018 en 2020 echter met 12%-punt.

Hoewel voor gevoelens van somberheid en kalmte opnieuw Nieuw-West in 2020 onder het Amsterdams gemiddelde scoort, is in Centrum het aandeel sombere/neerslachtige bewoners het hoogst en het aandeel kalme/rustige bewoners het laagst, terwijl het stadsdeel in 2018 op deze punten nog het beste scoorde.

Mensen die je echt begrijpen en tevredenheid met financiële middelen voorspellers voor mentaal welbevinden

Het welbevinden van Amsterdammers kan verklaard worden aan de hand van een aantal factoren. Zo hangt het gevoel dat er mensen zijn die je echt begrijpen samen met het welbevinden van Amsterdammers. Andere voorspellers voor het welbevinden zijn tevredenheid met de financiële middelen van het huishouden, tevredenheid met de vrienden en kennissenkring en tevredenheid met de woonsituatie. Ook het huishoudinkomen, de leeftijd van Amsterdammers en het gevoel dat de buurt waarin Amsterdammers wonen het afgelopen jaar vooruit is gegaan lijken positief samen te hangen met het welbevinden (waarbij globaal geldt dat een hoger inkomen en een hogere leeftijd samenhangen met meer welbevinden).

Verder lijkt sociaal contact een belangrijke voorspeller voor welbevinden: zo zien we een hogere mate van welbevinden onder Amsterdammers die vaker contact hebben met familie, Amsterdammers die minstens één keer per maand actief deelnemen aan verenigingsactiviteiten en Amsterdammers die het gevoel hebben dat er mensen zijn bij wie ze terecht kunnen. Hetzelfde geldt voor de mate waarin mensen met elkaar omgaan en zich met elkaar verbonden voelen (sociale cohesie). Tot slot zien we een hoger welbevinden voor Amsterdammers die zeggen goed om te kunnen gaan met digitale middelen en een lager welbevinden voor vrouwen en Amsterdammers met een langdurige ziekte, aandoening of handicap.

Contactgegevens