Participatie bij verminderen van uitstoot personenauto's
- Publicatie
- mei 2026
Om de luchtkwaliteit te verbeteren neemt de gemeente Amsterdam maatregelen, zoals het invoeren van een zone waar de meest vervuilende auto’s op diesel niet mogen rijden. Ook wil de gemeente dat al het verkeer in Amsterdam op de lange termijn uitstootvrij wordt en dus geen schadelijke stoffen uitstoot. Om het draagvlak voor toekomstige maatregelen te meten, heeft Onderzoek en Statistiek ruim 2.500 personen gevraagd naar hun autobezit, hun eventuele overstapmogelijkheden naar elektrisch rijden en hun mening over uitstootvrij beleid.

Meer dan de helft van de huishoudens in het onderzoek bezit een auto op benzine, diesel of LPG, terwijl 8 procent een volledig elektrische auto heeft en 10 procent een hybride model. Mensen zetten hun auto het meest in voor een bezoek aan familie en vrienden, gevolgd door boodschappen, vrije tijd, werk en het vervoeren van spullen. Voor het vervoeren van spullen beschouwen zij de auto het vaakst als onmisbaar. Elektrische autobezitters zijn het meest tevreden over het gebruiksgemak en het onderhoud van hun auto.
De helft van de deelnemers is positief over het streven naar uitstootvrije auto’s, maar autobezitters zonder elektrische auto zijn vaker negatief. Zij verwachten dat dit beleid veel invloed heeft op hun persoonlijke situatie. Voor mensen zonder auto heeft het beleid minder impact. Deelnemers zijn verdeeld over de vraag hoe groot een uitstootvrij gebied zou moeten zijn. De meeste steun is er voor een uitstootvrijgebied in het centrum. Als alternatief voor vervuilende auto’s noemen mensen vaak het openbaar vervoer.
Een meerderheid van de deelnemers verwacht binnen tien jaar een nieuwe auto te kopen, waarbij 34 procent een elektrische en 32 procent een hybride auto overweegt. Bijna de helft van de niet-elektrische rijders zou overstappen als elektrische auto’s even duur zouden zijn als benzineauto’s. Een kwart denkt dat overstappen naar een elektrische auto voor 2030 mogelijk is, terwijl een derde denkt dat die overstap voor hen nooit haalbaar is.
Leeftijd, woonlocatie, opleidingsniveau en inkomen beïnvloeden de houding ten op zichte van elektrisch rijden. De jongste en oudste deelnemers denken vaker dat overstappen niet mogelijk is. In stadsdelen verder van het centrum, zoals Nieuw-West en Zuidoost, is de afhankelijkheid van de auto groter en is er minder steun voor uitstootvrij beleid. Praktisch opgeleide mensen zijn minder positief over het beleid, terwijl theoretisch opgeleide deelnemers juist vaker positief zijn en vaker denken dat overstappen haalbaar is.