Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Van afgestapte vreemdeling tot rolkoffertoerist

20 december 2019

De afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek en haar voorgangers verzamelen al sinds 1894 feiten en cijfers over de stad Amsterdam. Ook over toerisme.

Arthur Maynard Abell, in 1868 geboren in Freedom, Minnesota en correspondent voor de New Yorkse Musical Courier, arriveert op 22 september 1916 in Amsterdam. Dikke kans dat hij in het relatief jonge Concertgebouw komt luisteren naar de opera Tannhäuser van Wagner. Hij is 1 m 71 lang, heeft een hoog voorhoofd, blauwe ogen, blond haar en een rechte neus. Hij huurt een kamer op het adres Valeriusstraat 184-boven.

Dat we zo precies weten hoe Arthur Abell eruitzag en wat hij deed, hebben we te danken aan de Amsterdamse politie. Die hield sinds 1849 heel precies bij wie er de stad bezocht en waarom. De handgeschreven bijdrage over Abell sluit af met de melding dat de Amerikaan met zijn vrouw vertrokken is naar Hilversum. Om te logeren bij mevrouw Pompelman.

Het Statistische Jaarboek der gemeente Amsterdam besteedt sinds 1904 aandacht aan vreemdelingen en reizigers - het woord toerist komt pas later in zwang. Zo lezen we – in het Nederlands en Frans, het jaarboek was toen nog tweetalig – dat in 1916 bijna 119.000 personen voor een overnachting in Amsterdam ‘afstappen’ bij een van de hotels in de stad. Driekwart (78 procent) komt uit Nederland. Slechts 811 overnachtingen komen voor rekening van Amerikanen, landgenoten van Abell.

In 1919 is het aantal ‘afstappers’ bij hotels gestegen tot 134.000. Nog steeds komt ruim driekwart van de gasten uit Nederland, maar ook steeds meer bezoekers uit buurlanden doen Amsterdam aan: Belgen (3.000), Engelsen (3.300) en vooral Duitsers (14.000).

Tourist class naar het Magies Sentrum

In de honderd jaar die volgen, neemt het aantal bezoekers in sprongen toe. Na de oorlog zijn dat steeds meer Amerikanen, in het bijzonder soldaten die in Duitsland en elders in Europa zijn gelegerd. Zij brengen graag hun verlof door in Amsterdam: jazz en marihuana.

Tussen 1952 en 1956 groeit het totale aantal toeristen zelfs met 50%. De Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (VVV) roept in dat laatste jaar de Amsterdammers op om rond Pasen kamers beschikbaar te stellen. De honderdvijftig hotels in de stad kunnen de groei niet meer aan.

De toegenomen welvaart geeft in de jaren zestig een extra impuls aan het toerisme. De lonen stijgen, het autobezit neemt toe en het ‘verlof met behoud van loon’ doet zijn intrede. Nederlandse gezinnen gaan op stap naar de Veluwe en naar het strand. Of een dagje naar Amsterdam.

Ook Schiphol en de KLM doen goede zaken. Een vlucht vanuit Amerika wordt goedkoper door de introductie van ‘Tourist class’ en ‘Economy class’, en duurt minder lang door de inzet van straalvliegtuigen. Amsterdam trekt verder een bijzonder soort toeristen: hippies met rugzakken. Massaal komen ze naar het ‘Magies Sentrum’ van de wereld. Ze hebben geen hotel nodig: ze slapen op de Dam, of in het Vondelpark. Tot de stad dat in 1970 verbiedt.

Ratelende rolkoffers

De exponentiële groei van het toerisme in Amsterdam zet door, mede door de opkomst van prijsvechters in de luchtvaart. Sinds 2009 stijgt het aantal overnachtingen in Amsterdam sterk. In 2019 is het zelfs verdubbeld ten opzichte van dat jaar. Ook het aantal hotelkamers in de stad groeit, ondanks het gemeentelijke ‘nee-tenzij’ beleid van de laatste jaren. Er zijn nu 37.000 hotelkamers: een toename van 76% in de periode 2009-2019 en zelfs 96% als we alleen de periode 2010-2019 nemen.

In 2017 is het aantal geregistreerde overnachtingen door Nederlandse en buitenlandse toeristen in Amsterdam circa 17 miljoen. Hotels, hostels en appartementenhotels nemen 16 miljoen overnachtingen voor hun rekening, campings 440.000, overige ‘verblijfsrecreatieve’ logiesvormen 40.000 en jachthavens nog eens 80.000. Daarnaast zijn er 2,5 miljoen overnachtingen via Airbnb. Zo’n 800.000 bezoekers komen naar Amsterdam met een cruise. Waar zij overnachten is onbekend.

De meeste gasten overnachten in hotels en via Airbnb in Centrum-West, zo blijkt uit het rapport Toerisme in de Metropoolregio Amsterdam 2017-2018. De gebieden Centrum-Oost en Oud-Zuid hebben ook veel hotelkamers en dus veel overnachtingen. In al deze gebieden logeren meer bezoekers in hotels dan via Airbnb. Airbnb speelt een grotere rol in wijken dicht bij het Centrum die relatief weinig hotelkamers hebben: Oud-West, Westerpark, Bos en Lommer en de Pijp.

Toerisme is een pijler van de Amsterdamse economie. Van taxichauffeurs tot suppoosten in het museum en van kamermeisjes tot gidsen op de Wallen: ze pikken allemaal een graantje mee. 70.000 banen in Amsterdam zijn deels of geheel afhankelijk van het toerisme, dat is 11% van alle banen in de stad. De hotelsector kan in 2017 rekenen op een omzetgroei van 7% dankzij volumegroei en prijsstijging.

De bewoners van Amsterdam klagen intussen over de negatieve effecten van het toerisme. De statistieken laten in alle stadsdelen een toenemend gevoel van drukte zien: in Centrum is dat in 2016 en 2017 het duidelijkst. Stadsdeel Zuid komt op de tweede plaats. Mensen die de drukte een probleem vinden leggen in toenemende mate de schuld bij toeristen maar er zijn ook andere oorzaken.

Zes van de tien ondervraagden in de Stadsenquête Drukte en Balans 2017 vinden dat de gemeente weinig of te weinig doet aan de overlast van vakantieverhuur. Eenzelfde beeld is er rond de aanpak van de drukte in de stad: 73% vindt dat de gemeente onvoldoende (60%) of helemaal niets (13%) doet. Ruim een kwart meent dat de gemeente voldoende (­24%) of meer dan voldoende (3%) doet aan de drukte (3%). De keerzijde is dat 64% van de ondervraagden geen enkele genomen maatregel kan noemen.