Monitor Groen 2024
- Publicatie
- mei 2026
Tussen 2023 en 2025 is de hoeveelheid agrarisch groen en natuurlijk groen afgenomen, maar kwamen er met name binnen de ring kleine stukken groen bij in woonbuurten. Dat blijkt uit de Monitor Groen. De bewoners van 95 procent van de woningen kunnen binnen tien minuten wandelen in een openbare parkachtige omgeving zijn.

Hoeveelheid groen
Tussen 2023 en 2025 is de hoeveelheid agrarisch groen en natuurlijk groen afgenomen door de nieuwbouw van woningen, de uitbreiding van bedrijven en infrastructurele werken. Het ging om een afname van 68,8 hectare agrarisch en 15,3 hectare natuurlijk groen. Dit gebeurde voornamelijk buiten de ring A10.
Zie ook
In dezelfde periode kwamen er met name binnen de ring meer kleine stukken groen bij in de publieke ruimte van woonbuurten. Deze vergroening is vaak kleinschalig. Het gaat om ruim 30 hectare aan buurtparken, bijvoorbeeld grasvelden met een bankje. Daarnaast kwam er ruim 17 hectare aan buurtgroen bij. Dit zijn kleine stukken groen zonder verblijfsfunctie, zoals bijvoorbeeld een berm of een plantvak.
De hoeveelheid groen in tuinen nam de laatste twee jaar met bijna 31 hectare toe. Door nieuwbouw zijn er nieuwe tuinen bijgekomen en bestaande tuinen zijn groener geworden.
Begin 2025 heeft de gemeente Amsterdam gemiddeld 57 vierkante meter publiek groen per inwoner. Dit is vergelijkbaar met 2024. In de jaren daarvoor nam de hoeveel groen per inwoner nog af. Dit kwam vooral door de bevolkingsgroei. De hoeveelheid publiek groen in de stad is de laatste vijf jaar niet sterk veranderd.
Eén van de doelen uit de Groenvisie is dat inwoners van de gemeente Amsterdam (hierna: Amsterdammers) binnen tien minuten wandelen vanaf hun woning in een openbare parkachtige omgeving kunnen zijn. Op 1 januari 2025 geldt dit voor 95 procent van de woningen. In stadsdeel Centrum en in de landelijke gebieden zijn minder parken en plantsoenen aanwezig en is de loopafstand vaak langer.
Bomen en groene daken
Van het landoppervlak van de gemeente Amsterdam is naar schatting 15 procent bedekt met boomkronen. In de publieke ruimte ligt dit percentage op 21 procent. Dit percentage is hoger in de stadsdelen Zuid (30 procent), Zuidoost en Nieuw-West (beide 29 procent). In Weesp is de boomkroonbedekking het laagst (11 procent). Hier zijn wel nieuwe bomen geplant in de nieuwe woonwijk Bloemendalerpolder. De oppervlakte met boomkronen neemt ook toe door de groei van relatief jonge aanplant. Dat gebeurt onder andere in de Osdorper Bovenpolder en de Aker in Nieuw-West. Van de woningen in Amsterdam heeft ongeveer 94 procent zicht op minimaal drie bomen. In Centrum-West (65 procent) en in de Bloemendalerpolder in Weesp (62 procent) ligt dit lager.
Sociaal welzijn
Een prettige, groene leefomgeving is van en voor iedereen en nodigt uit tot ontmoeting en initiatief, aldus de Groenvisie. Dit vindt ook driekwart van de Amsterdammers (76 procent); zij geven aan dat het groen in de stad (erg) belangrijk is voor hun sociale leven.
Er zijn verschillende voorzieningen die moeten bijdragen aan de sociale functie van het groen. Zo heeft 20 procent van de stadsparken een horecagelegenheid. Ruim vier op de tien bezoekers zijn (heel) tevreden met het aanbod. Met de bankjes en hondenuitlaatplekken in parken en plantsoenen is ongeveer de helft van de bezoekers (heel) tevreden. Van de ouders is 40 procent tevreden met de speelvoorzieningen voor kinderen.
Mensen vermijden ook weleens groen vanwege sociale onveiligheid. Vier op de tien Amsterdammers vermijden weleens plekken in het groen omdat zij zich daar onveilig voelen. Dit geldt vaker voor jongvolwassen Amsterdammers, vrouwen, Amsterdammers met een migratieachtergrond en gezinnen met kinderen.
Gezondheid
Van de Amsterdammers die willen wandelen of fietsen gaat 90 procent naar het groen in de stad. Stadsparken, plantsoenen en groene verbindingen hebben vaak een redelijk hoge dichtheid van wandel- en fietspaden. Maar er is niet altijd de mogelijkheid om een lange wandel- of fietstocht af te leggen. Daarvoor zijn de landschappen en natuurparken, zoals Waterland of de Oeverlanden, meer geschikt. 86 procent van de Amsterdammers is tevreden met de wandel- en fietspaden in het type park dat zij zelf het meest bezoeken.
Bijna vier op de tien volwassen Amsterdammers sporten weleens buiten. Zij gaan hiervoor in de meeste gevallen naar het groen. De meerderheid van de gebruikers van sportvoorzieningen in stads- of natuurparken is daarover tevreden.
Bijna iedereen die buiten rust zoekt, gaat hiervoor naar het groen. Van de bezoekers aan parken komt 40 procent voor rust en ontspanning. Een kwart van de bezoekers geeft aan het rustig te vinden in de stadsparken. In natuurparken is dit 55 procent.
Klimaatadaptatie
Groen draag bij aan klimaatadaptatie, het aanpassen van onze leefomgeving aan de gevolgen van hitte en wateroverlast. Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur bij warme dagen. Typen groen met een hoge boomkroonbedekking en dus schaduw zijn gedenkparken (58 procent), stadsnatuur (54 procent) en natuurparken (41 procent). Een waterdoorlatende ondergrond vermindert wateroverlast. Met name in de natuurparken en landschappen is een groot aandeel van de bodem onverhard: 95 procent.
Natuur
Groen in de stad vormt een leefomgeving voor dieren en bevordert de biodiversiteit. Natuurlijk groen is vooral ingericht als leefomgeving voor flora en fauna. Dit type groen is veel aanwezig in stadsnatuur (99 procent), natuurparken (75 procent) en groene verbindingen (42 procent).
Er zijn ook groengebieden die niet zijn getypeerd als natuurlijk groen, maar wel waarde hebben voor de natuur. Dit zijn bijvoorbeeld delen van stadsparken die ecologisch worden beheerd. In natuurparken zoals De Bretten en het Diemerpark is het percentage ecologisch beheerd groen het grootst (91 procent). In stadsparken is dit gemiddeld 56 procent.
Van de typen gebieden leven in stadsnatuur, groene verbindingen en stadsparken het vaakst veel verschillende soorten. Zo heeft het natuurpark Noorder-IJplas een bovengemiddeld hoge soortendiversiteit (8,8), maar ook het stadspark Amstelpark met een diversiteit van 8.3. In de Noorder-IJplas komen dus meer strengere soorten voor dan in het Amstelpark. In het Amstelpark komen wel meer soortgroepen met strengere soorten voor (5 soortgroepen: broedvogels, dagvlinders, libellen, wilde bijen en zoogdieren) ten opzicht van twee soortgroepen in de Noorder IJplas (broedvogels en bijen).