Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

Uitstroom uit de bijstand 2016-2018

  • Publicatie
  • 15 december 2021

De gemeente Amsterdam wil zicht hebben op klanten die uitstromen naar werk vanuit de bijstand (levensonderhoud). De vraag is wat er met klanten gebeurt nadat zij zijn uitgestroomd uit de bijstand. Deze Amsterdammers raken namelijk uit zicht van de gemeente (tot het moment dat zij eventueel weer bijstand aanvragen). Daarom heeft OIS gekeken naar de uitstroom in de periode 2016 – 2018.

De kenmerken van de groep worden beschreven (persoonskenmerken, baankenmerken en kenmerken van de uitkering zoals de duur ervan) op het moment van uitstroom, maar ook wordt er gekeken naar de duurzaamheid van de uitstroom naar werk in de periode 2016-2018 (OIS volgt hierin andere onderzoeken, waarbij duurzaam wordt gezien als minimaal zes maanden onafgebroken aan het werk, na de bemiddeling. Later wordt er nog gekeken naar 12 maanden en 24 maanden onafgebroken aan het werk zijn). Daarvoor zijn gemeentelijke gegevens in de beveiligde onderzoek omgeving van het CBS gekoppeld aan de polis-administratie en aan de SECM registraties voor zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers).

Uitstroom uit de bijstand

De bijstandsuitkering van Amsterdammers kan om verschillende redenen stoppen, zoals een verhuizing, een stopzetting vanwege rechtmatigheid, een overlijden of het vinden van werk. Van de mensen die uit de bijstand zijn gestroomd is 45% aan het werk gegaan. Daarnaast is de bijstandsduitkering van 11% wegens rechtmatigheidsredenen stop gezet. Jongeren waarvan de uitkering is gestopt, zijn voornamelijk bemiddeld naar scholing en ouderen (60+) zijn grotendeels door pensionering uit de bijstand gestroomd. Tot slot zijn mensen die maximaal een half jaar in de bijstand hebben gezeten vaker vanuit de uitkering uitgestroomd naar werk dan anderen.

Uitstroom naar werk nader bekeken

We hebben gekeken naar de uitstroom uit de bijstand naar werk – dat wil zeggen men heeft ‘werk’ als uitstroomreden en men was vóór die tijd bijstandsafhankelijk. Mannen waren vaker vanuit de uitkering uitgestroomd naar werk dan vrouwen. Middelbaar en hoger opgeleiden hebben een grotere kans om uit te stromen naar werk dan laagopgeleiden. Amsterdammers die kind in een gezin zijn stromen vaker uit naar werk dan paren en alleenstaanden.

Mensen die aan het werk zijn gegaan kregen voornamelijk een flex contract (83%, versus 17% werkenden met een vast contract). Ongeveer een derde was op het moment van uitstroom voor 35 uur of meer in de week aan het werk gegaan. Mannen werkten op het moment van uitstroom vaker 35 uur of meer in de week dan vrouwen. Tot slot hadden hoogopgeleiden een hoger uurloon bij uitstroom (€15,90) dan laagopgeleiden (€12,60) en middelbaar opgeleiden (€13,70).

Duurzaamheid van de uitstroom naar werk

Van alle personen die naar werk zijn uitgestroomd (n=15.850), is 91% minimaal zes maanden onafgebroken aan het werk geweest. Daarvan konden in totaal 14.430 personen 12 maanden lang gevolgd worden, waarvan 79% 12 maanden onafgebroken is blijven werken. Er konden 11.440 personen die aan het werk gingen 24 maanden worden gevolgd, waarvan de helft 24 maanden onafgebroken aan het werk is gebleven (n=5.670).

De grootste verschillen in duurzaamheid zien we naar leeftijd: jongeren (18-26 jaar) en ouderen (60-66 jaar) hebben een kleinere kans om zes maanden later nog steeds aan het werk te zijn (beide 87%) dan de leeftijdsgroepen daar tussenin. Als we kijken naar huishoudenssituatie dan zijn het alleenstaande ouders die het meest vaak duurzaam aan het werk zijn (94%). Een vast contract biedt zoals verwacht meer garantie voor duurzaam werk dan een flexcontract: respectievelijk 95% en 90% is zes maanden later nog steeds aan het werk.

Hieronder staan puntsgewijs de grootste verschillen beschreven die we hebben gevonden:

  1. Van alle uitstroomredenen is ‘werk’ de belangrijkste. Dit geldt in hogere mate voor hoogopgeleiden, mensen tussen de 27 en 49 jaar oud, mensen zonder migratie-achtergrond en mensen met een tweede generatie migratie-achtergrond;
  2. Hoe korter men in de bijstand heeft gezeten, hoe groter de kans op uitstroom naar werk;
  3. Het overgrote deel van de mensen die uitstromen naar werk, krijgt een flexibel contract;
  4. Vrouwen stromen vaker uit naar kleine(-re) banen dan mannen;
  5. Vrouwen hebben gemiddeld een (iets) hoger uurloon dan mannen;
  6. Mensen zonder migratie-achtergrond hebben gemiddeld een hoger uurloon dan mensen met een migratie-achtergrond;
  7. Het gemiddelde uurloon van mensen die uitstromen naar werk stijgt naarmate het opleidingsniveau stijgt;
  8. Mensen die naar werk uitstromen gaan vaak meer werken over tijd, en krijgen ook een hoger uurloon over tijd;
  9. Alleenstaande ouders en mensen met een partner blijven het vaakst onafgebroken aan het werk;
  10. Hoe hoger men opgeleid is, hoe langer men aaneengesloten onafgebroken aan het werk blijft.

Vervolg

In dit rapport is voor het eerst gekeken naar de uitstroom vanuit de bijstand naar werk. Het brengt deze uitstroom in beeld naar een aantal demografische kenmerken en een aantal baankenmerken. Het vraagt nog een verdieping naar bijvoorbeeld de sectoren waarnaar men (duurzaam) uitstroomt en het aantal banen waarin men werkzaam is. Ook het volgen van personen over langere tijd zal interessant zijn om te onderzoeken, evenals meer onderscheid te maken naar gender van klanten. Vragen die aan de orde kunnen komen bij het langer volgen van personen in de bijstand, zijn: Zijn personen meerdere keren duurzaam uitgestroomd? Hoe vaak, en voor hoe lang? Verder gaat het rapport over de periode vóór de corona-crisis. De uitstroom naar werk vanuit de bijstand is onder invloed van de coronacrisis veranderd. Daarnaast is er op dit moment sprake van krapte op de arbeidsmarkt, wat ook impact zal hebben op de in-en uitstroom in de bijstand. OIS is voornemens om in 2022 opnieuw te kijken naar de uitstroom naar werk en daarbij 2020 en 2021 te vergelijken met voorgaande jaren. Daarbij zullen dan ook aanvullende kenmerken van de banen in elk geval meegenomen worden.