Direct naar inhoudDirect naar contactgegevens

De Staat van de Stad Amsterdam IV verschenen

4 juli 2007

De gegevens in De Staat van de Stad zijn voor een groot deel gebaseerd op een enquête onder ruim 3.500 Amsterdammers van 18 jaar en ouder. Zij zijn ondervraagd over hun participatie op velerlei terreinen, zoals maatschappelijke, culturele en politieke participatie, en over hun woonsituatie. Bij elkaar opgeteld leidt dat tot de leefsituatie-index, een maat die de welzijnspositie van groepen Amsterdammers in beeld brengt.

Stadsdelen

De gemiddelde leefsituatiescore per stadsdeel varieert in 2006 van 94 in Amsterdam-Noord tot 107 in Oud-Zuid. De gemiddelde leefsituatiescore per stadsdeel fluctueert over de jaren heen (zie tabel), maar het algemene beeld van stadsdelen die gunstiger of juist minder gunstig scoren dan het gemiddelde blijft globaal hetzelfde. Het verschil tussen de hoogste en laagste score is in de periode van 2004 op 2006 gelijk gebleven.

Voor een aantal stadsdelen zien we toch duidelijke trends of juist trendbreuken. In de stadsdelen Westerpark, De Baarsjes, Oud-West en Oud-Zuid, waar we van 2002 op 2004 een verslechtering in de leefsituatie zagen, zien we nu een verbetering. De lijn van verbetering zet door in de stadsdelen Bos en Lommer en Zeeburg. De stadsdelen in de 19e eeuwse gordel doen het dus goed.In de stadsdelen Centrum en Slotervaart zien we, na vooruitgang in 2004, nu een daling in de leefsituatiescore. De leefsituatie in het stadsdeel Amsterdam-Noord is blijvend ongunstig. Er is geen sprake van een verbetering in de gemiddelde leefsituatie, het wijst eerder op verslechtering. Ook in de ongunstig scorende stadsdelen Geuzenveld-Slotermeer en Zuidoost zien we geen (duidelijke) verbetering.

Positie bevolkingsgroepen

De welzijnpositie van Amsterdammers van niet-westerse afkomst is duidelijk lager dan die van Nederlanders en westerse allochtonen. Ook wordt het verschil iets groter. De welzijnspositie van Surinaamse Amsterdammers is wel iets verbeterd. Tweede generatie allochtonen scoren beter op de leefsituatie-index dan eerste generatie allochtonen, ook binnen dezelfde leeftijdsgroepen.

Een goede sociaal-economische positie (met name opleiding), maar ook sociale contacten dragen in sterke mate bij aan een positief welzijnsniveau. Het welzijnsniveau van Amsterdammers in de laagste inkomensgroep is verder achteruitgegaan. Dat geldt ook voor hen met een lage opleiding en voor werklozen. In de gemiddelde positie van ouderen zien we juist verbetering.

Op de deelterreinen van participatie, zoals arbeid, inkomen en maatschappelijke participatie zien we achterstanden voor de niet-westerse allochtonen die niet verminderen. Bijvoorbeeld, de werkloosheid is voor deze groepen nog 2,5 keer hoger dan onder autochtonen en het inkomensniveau ligt 20% tot 40% lager en is van 2003 op 2005 gedaald.

Cumulatie van problemen

Op basis van analyses van sociale problematiek in wijken komen een aantal probleemgebieden naar voren die niet door VROM als probleemwijken geselecteerd zijn: Bijlmer Centrum, Banne Buiksloot, het meest oostelijke deel van de Indische Buurt en Holendrecht/Reigersbos. Wanneer ook concentraties sociale woningvoorraad en gecombineerde concentraties van bijstandsafhankelijkheid en werkloosheid erbij betrokken worden, komen daarnaast Holendrecht-West en buurten in Oud-Zuid als probleemwijken naar voren.